Stilte, vragen en oproepen tijdens dodenherdenking: 'Vrijheid is geen bezit, maar opdracht'
In dit artikel:
In gemeenten rond Den Haag en het Groene Hart herdachten burgemeesters maandagavond de slachtoffers van oorlog en onderdrukking tijdens 4 mei‑bijeenkomsten, met twee minuten stilte, kransleggingen en lokale toespraken. Centraal stond dit jaar het thema “De geschiedenis begrijpen”: niet alleen herinneren, maar leren van verhalen en waakzaam blijven voor signalen die leiden tot uitsluiting en geweld.
In Zoetermeer riep burgemeester Michel Bezuijen op verhalen uit de oorlog te verzamelen en te bewaren als leerstof: de Tweede Wereldoorlog begon volgens hem niet met tanks, maar met woorden die groepen tegen elkaar opzette. Woorden kunnen vrede veranderen in oorlog en gelijkheid in ongelijkheid, stelde hij als waarschuwing voor nu.
Bij het monument “Een Stervende Strijder” in Wassenaar stelde Leendert de Lange kritische vragen die velen na 81 jaar nog bezighouden: hoe kon de systematische moord op zes miljoen Joden — waaronder circa 100.000 Nederlanders — en de vervolging van mensen met een beperking, Roma, Sinti, homo’s, Jehova’s getuigen en andersdenkenden gebeuren? Zijn antwoord richt zich op verantwoordelijkheid: het weer laten gebeuren is te voorkomen door niet in wij‑tegen‑zij te denken, te luisteren naar andersdenkenden, onverschilligheid te doorbreken en op te staan tegen polarisatie en uitsluiting.
In Zevenhuizen benadrukte burgemeester Han Weber dat geschiedenis een opdracht is: de Tweede Wereldoorlog toont waar uitsluiting toe leidt en vraagt moed om onrecht te bestrijden. Vrijheid noemde hij geen vanzelfsprekend bezit maar een voortdurende plicht om zorgvuldig te spreken en ruimte te maken voor wie minder wordt gehoord; hij sloot af met het gedicht “Vrede” van Remco Campert.
Waarnemend burgemeester Erik van Heijningen in Alphen aan den Rijn stelde dat het leed van de oorlog doorwerkt in volgende generaties: slachtofferschap en traumatische stilte zijn nog voelbaar bij teruggekeerde dwangarbeiders, kampoverlevenden en kinderen van verdachten. Herdenken is volgens hem ook het besef van de brede, blijvende ellende die oorlog veroorzaakt en een oproep tot vredesbewaking, nationaal en internationaal.
In Hillegom gebruikte burgemeester Roberto ter Hark het voorbeeld van de familie Hey, die een Joods kind verborg, om te laten zien dat menselijkheid oorlog kan voorkomen. Zijn conclusie: liefde en erkenning van de ander zijn lastige maar noodzakelijke plicht om vrijheid, vrede en veiligheid te behouden — een verplichting tegenover degenen die ons die privileges hebben mogelijk gemaakt.
Kortom: de regionale herdenkingen legden de nadruk op het belang van verhalen, het gevaar van verharde taal en polarisatie, en de dagelijkse verantwoordelijkheid van burgers en leiders om vrijheid actief te beschermen.