Tasja's ouders leerden elkaar kennen in dwangarbeiderskamp: 'Mijn moeder stond eerst voor gaskamer'

zaterdag, 10 oktober 2026 (19:03) - Omroep West

In dit artikel:

Tasja Tomassen (78) uit Den Haag werkt al bijna 65 jaar als herenkapster. In de hal van het HagaZiekenhuis vertelt ze presentator Fred Zuiderwijk over haar uitzonderlijke jeugd en de weg naar haar vak. Ze was in het ziekenhuis voor een controle, maar werkt nog altijd in haar eigen zaak, waar veel van haar vaste, oudere klanten al tientallen jaren komen.

Tomassens moeder, Tanja, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit het gebied dat nu Oekraïne is naar Treblinka gedeporteerd. Hoewel ze niet Joods was, werd ze volgens Tasja verraden en naar de gaskamers gestuurd. Op het laatste moment werd een groep vrouwen teruggehaald. Tanja werd vervolgens naar Berlijn gebracht, waar ze 4,5 jaar dwangarbeid verrichtte. Daar ontmoette ze Chris, een Nederlander die eveneens als dwangarbeider in Berlijn werkte. Na de oorlog gingen ze samen naar Nederland. Hun band was volgens Tanja niet gebaseerd op liefde, maar op wederzijds respect en het feit dat ze elkaar hadden geholpen te overleven.

In Den Haag trouwden ze en kregen ze twee kinderen. Het huwelijk raakte echter ontwricht door drank, gokken en schulden. Toen Tasja zeven jaar was, besloot haar moeder terug te keren naar de Sovjet-Unie, waar ze was opgegroeid. Haar vader ging uiteindelijk mee. Het gezin woonde er vijf jaar. Tasja werd er aanvankelijk gezien als het Nederlandse meisje, maar werd door klasgenoten geholpen de taal te leren.

Vooral de armoede maakte indruk op haar. Het gezin stond in de rij voor melk en leefde grotendeels van brood, augurken en knoflook. Tasja droeg jarenlang dezelfde schoenen, poetste bijna vijf jaar haar tanden niet wegens gebrek aan tandpasta en moest soms ver lopen voor schoon water. Toch zegt ze dat ze de omstandigheden als kind niet als buitengewoon zwaar ervoer: ze raakte eraan gewend.

Het gezin keerde met hulp van familie en de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken terug, omdat haar vader niet kon wennen aan het leven en eten in de Sovjet-Unie. In Nederland werden ze aanvankelijk met wantrouwen ontvangen. Haar ouders scheidden enkele jaren later.

In de Sovjet-Unie had Tasja al kennisgemaakt met het kappersvak. Haar vader knipte mijnwerkers en zij bracht hem dagelijks eten bij de mijn. Daar zag ze ook geregeld omgekomen mijnwerkers, beelden waaraan ze naar eigen zeggen geleidelijk gewend raakte. Na de terugkeer naar Nederland kocht haar vader opnieuw een kapperszaak. Tasja ging er op haar vijftiende werken en volgde daarnaast een kappersopleiding in de avonduren.

Ze bleef haar hele leven herenkapster en wil over anderhalf jaar een feest geven voor haar trouwe klanten. Het gesprek maakt deel uit van de Omroep West-serie ‘Hoe gaat het?’, waarin Zuiderwijk in het HagaZiekenhuis met patiënten, bezoekers en medewerkers praat.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Shelly Sterk verwacht moeilijkheden voor Max Verstappen in Singapore: ‘Hij heeft er meer last van’