Te weinig woningen gebouwd door stikstofslot, problemen met stroomnet en juridische stappen
In dit artikel:
In Zuid-Holland bestaat grote vrees dat de provincie de afgesproken nieuwbouwopgave voor deze periode niet haalt: het gaat naar verwachting niet lukken om ongeveer 247–248 duizend woningen vóór 2030 te realiseren. Tijdens de Provinciale Statenvergadering woensdag leidde die constatering tot een scherp debat, maar tot ingrijpende koerswijzigingen kwam het niet.
Achtergrond is een al eerder opgelaaide ruzie (2024) tussen minister Hugo de Jonge en gedeputeerde wonen Anne Koning over te strenge regionale betaalbaarheidsnormen en te weinig bouwactiviteit. Na landelijke druk werd het bouwdoel opgehoogd van circa 235.000 naar circa 248.000 woningen, maar in de praktijk bleven de jaarlijkse nieuwbouwcijfers de doelstelling ver achter.
BBB-fractieleider Hans Veentjer stelde voor plattelandsgemeenten meer ruimte te geven voor bouw buiten de huidige bebouwde locaties, als reactie op signalen van kleine gemeenten die om extra locaties vragen. Die wens botste echter met het coalitieakkoord van de provincie, waarin behalve enkele concrete projecten geen nieuwe grootschalige locaties worden toegevoegd. Coalitiepartner GroenLinks-PvdA uitte direct twijfel over de koers van BBB.
Een door ChristenUnie, D66 en SGP ingediende motie om op het platteland “maatwerk” toe te passen en zo meer kansrijke bouwlocaties vrij te maken, kreeg geen meerderheid; BBB en de andere coalitiepartijen (GroenLinks-PvdA, VVD, CDA) stemden tegen. Gedeputeerde Koning stelde dat het probleem niet ontbreekt aan bouwplannen, maar aan externe knelpunten zoals het stikstofstelsel, netcongestie, veel procedures bij de Raad van State en tekorten aan personeel. Ze verwierp de suggestie dat puur méér plannen de oplossing zijn met de woorden dat die verwachting "totale bullshit" is en benadrukte dat de provincie blijft doorwerken.
De oppositie — onder leiding van Forum voor Democratie — diende nog een motie van treurnis in over het vermeende falen van de provincie in de woningcrisis, maar ook die motie werd verworpen. Conclusie: er is brede zorg en politieke onenigheid over aanpak en bevoegdheden, maar geen nieuw provinciaal beleid dat snel leidt tot extra bouwcapaciteit.