Van Den Haag naar Bergen-Belsen en terug: het uitzonderlijke lot van gezin Boas

dinsdag, 5 mei 2026 (19:03) - Omroep West

In dit artikel:

Eddy Boas (86) stond recent opnieuw voor het huis aan de Kraijenhoffstraat 39 in Den Haag waar zijn leven in september 1943 ingrijpend veranderde. Als driejarige werd hij met zijn ouders en broers via kamp Westerbork gedeporteerd naar concentratiekamp Bergen‑Belsen; het gezin bracht daar veertien maanden door. Volgens Yad Vashem is het uitzonderlijk — mogelijk uniek — dat een heel Joods gezin de kampen overleefde.

Overleven in Bergen‑Belsen hing voor hen samen met vindingrijkheid en onderlinge solidariteit: het werk van zijn vader leverde extra voedsel op en zijn moeder ruilde goederen om eten voor de kinderen te krijgen. Boas heeft weinig directe herinneringen door zijn jonge leeftijd destijds, maar de oorlog liet diepe sporen: tientallen familieleden aan moeders- en vaderskant kwamen om.

Na de bevrijding keerde het gezin terug naar Den Haag, maar trof geen warm onthaal. Hun woning was bezet en officiële instanties boden nauwelijks hulp; Boas benadrukt dat politie, rijk en gemeente tekortschoten. De nasleep eiste zijn tol: zijn vader overleed in 1948 deels door de nasleep van de oorlog. In 1954 emigreerde het gezin naar Australië, waar Boas een nieuw leven opbouwde.

Jarenlang zweeg hij over de ervaringen. Na zijn moeders overlijden begon hij de familiegeschiedenis vast te leggen, wat leidde tot het boek I'm not a victim, I am a survivor en de documentaire Reflections of Courage. De film werd recent vertoond in Pathé Buitenhof; Boas sprak ook op 4 mei tijdens de kinderdodenherdenking in Madurodam. Hij voerde daarnaast campagne voor erkenning van het onrecht dat Joodse overlevenden na de oorlog ondervonden; in 2020 bood premier Mark Rutte namens de regering excuses aan.

Boas wil met zijn boek en film de herinnering aan zijn familie levend houden en toekomstig vergeten of minimaliseren tegengaan.