Verborgen geloof sinds 1743: binnenkijken in 'geheime' kerk
In dit artikel:
Aan Bagijnhof 21 in Delft gaat achter een onopvallende gevel al bijna driehonderd jaar een volwaardige kerk schuil: een schuilkerk die in 1743 in een jaar werd gebouwd toen Holland grotendeels protestants was. Van buiten lijkt het gebouw op een gewoon woonhuis, maar binnen ontvouwt zich een kerkruimte met altaar, beelden, glas-in-lood en de geur van wierook. Pastoor Joke Kolkman noemt het een "verborgen pareltje" en leidt er de dienst.
Historisch kreeg pastoor Broedersen dankzij goede banden met het stadsbestuur en geld toestemming voor deze 'onzichtbare' échte kerk, een uitzondering op andere schuilkerken die vaak in zolders of huizen zaten. De gemeenschap is oecumenisch van aard: het is een Oud-Katholieke parochie die veel rituelen en sacramenten behoudt zoals doop en eucharistie, maar anders omgaat met pauselijke onfeilbaarheid en al ruim vijftig jaar vrouwelijke predikanten kent — iets waar Kolkman vanzelfsprekend aan refereert.
Naast liturgie biedt de schuilkerk regelmatig muziekuitvoeringen en koren, en wekelijks een meditatiemoment waar gelovigen en niet-gelovigen samen stilte zoeken. Bezoekers noemen de plek intiem en troostrijk; voor sommigen is het een plek voor afscheid of diepe bezinning. Kolkman benadrukt dat de kerk wel open is, "maar je moet het wel kunnen vinden" — wie dat lukt, ervaart een onverwachte, blijvende indruk.