Verdediging van vermeende Hamas-geldschieter vraagt om vrijspraak

woensdag, 15 april 2026 (22:32) - Omroep West

In dit artikel:

Amin Abou R., een 58‑jarige man uit Leidschendam, staat terecht omdat het Openbaar Ministerie hem beschuldigt bijna 8,5 miljoen euro naar Gaza te hebben overgemaakt die volgens het OM bij Hamas terechtkwam. De zaak speelt deze week in de rechtbank; de uitspraak is gepland voor 27 mei. Het OM eist drie jaar gevangenisstraf en stelt dat het patroon van transacties en contacten aantoont dat Abou R. wist waar het geld naartoe ging.

De verdediging betwist dat beeld en vraagt vrijspraak. Advocaat Jill Leyten voert aan dat het bewijs grotendeels afkomstig is van Israëlische bronnen en daarom gekleurd kan zijn. Ze benadrukt dat rechtstreeks sturen naar Gaza niet mogelijk is; betalingen lopen via de Westelijke Jordaanoever en worden volgens haar onder Israëlische controle geplaatst. Ook wijst zij op het ontbreken van een EU-sanctie tegen de genoemde koepelorganisatie Union of Good en betoogt dat de stichtingen waar het geld naartoe ging niet verboden waren, zodat Abou R. redelijkerwijs niet kon weten dat gelden bij Hamas zouden belanden.

Een centraal twistpunt is de kwaliteit van het financiële onderzoek van de FIOD en de betrouwbaarheid van deskundigen. De verdediging beschuldigde de OM‑deskundige van eenzijdige, pro‑Israëlische contacten en stelde zijn analyses daarmee onbetrouwbaar; het OM verwierp die kritiek en noemde de kritiek tijdrekken. De verdediging probeerde tevens te nuanceren waarom Abou R. telefoonnummers en visitekaartjes van personen met Hamas‑aanduidingen had: volgens hen waren die contacten functioneel voor werkzaamheden in Gaza en niet per se bewijs van steun aan een terreurorganisatie.

Verder haalde de verdediging vergelijkingen aan met EU‑betrekkingen: Europese subsidies voor Palestijnse hulp lopen volgens hen op vergelijkbare wijze via tussenstappen, en het vermeende misbruik (zoals kritische verhalen over zogenaamde "pay‑for‑slay"-uitkeringen) maakt het volgens hen onredelijk om van Abou R. opzet te veronderstellen. Het OM blijft bij zijn standpunt dat de stichtingen onder invloed van Hamas stonden en dat geld uiteindelijk naar die organisatie stroomde.

Abou R. zelf zei in zijn laatste woord dat hij onschuldig is en dat zijn intentie altijd humanitair was: hulp bieden aan behoeftige Palestijnen. Hij noemde de geëiste celstraf van drie jaar een zware klap, mede gezien zijn eerdere voorarrest en gezondheidsachteruitgang. De rechtbank beslist op 27 mei.