Verhuisbedrijf raakt halve inboedel kwijt: 'Een tafel kan toch niet zomaar verschwunden zijn?'
In dit artikel:
Een verhuisbedrijf uit Zoetermeer staat in een kort geding omdat het de helft van de inboedel van klanten Henk Ridderbos en zijn partner kwijtraakte. Eind vorig jaar haalde het verhuisbedrijf spullen uit het huis van het paar in Wassenaar om de woonkamer tijdelijk leeg te maken voor nieuwe vloerbedekking. De spullen werden volgens het bedrijf opgeslagen bij Shurgard in een afgesloten opslag waarvan het bedrijf aangaf de enige sleutelhouder te zijn. Toen de inboedel voor kerst teruggebracht zou worden, kwamen veel spullen niet terug.
Op de lijst met ontbrekende goederen staan onder andere een robuuste eettafel van 2,20 m, een salontafel met stalen frame, een afdekplaat voor een buffetkast, twee leren fauteuils, een schilderij, een spiegel en kandelaars; van wat wel terugkwam waren enkele lampenkappen en een naaimachine beschadigd. Het uitblijven van de tafel leidde tot veel stress en het afblazen van het kerstdiner. De eigenaar van het bedrijf kon tijdens de zitting geen sluitende verklaring geven en hield vol dat de tafel nooit bij hen was aangekomen. Op 27 januari mailde het bedrijf echter dat de spullen gevonden waren; een afgesproken aflevering bleef uit.
Tijdens een recente zoekactie werden onder meer de spiegel, de fauteuils en een schilderij teruggevonden. De rechter beval het bedrijf nogmaals zorgvuldig te zoeken en kondigde aan dat, als de spullen niet terugkomen, er een dwangsom zal volgen—naar verwachting tussen circa €12.000 en €15.000, globaal gelijk aan de waarde van de ontbrekende spullen. Het geschil benadrukt de risico’s voor consumenten bij tijdelijke opslag door verhuisbedrijven en de mogelijke civielrechtelijke gevolgen bij verlies of beschadiging.