Verkoopprijzen huizen stijgen minder hard dan voorgaande jaren, nog steeds duurder dan jaar geleden
In dit artikel:
In het eerste kwartaal van 2026 daalden de verkoopprijzen van bestaande woningen sterker dan gebruikelijk: de gemiddelde prijs kwam uit op €485.000, een daling van 2,7% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025 (normaal is dat rond -1,2%). Ten opzichte van een jaar eerder zijn huizen echter nog iets duurder (+€10.000 ten opzichte van Q1 2025). In januari, februari en maart wisselden ongeveer 34.600 woningen van eigenaar.
Makelaarvereniging NVM meldt meerdere oorzaken voor de scherpere seizoensdaling: een winterseffect (sneeuw en ijs vertraagden plaatsing en bezichtigingen), een licht hogere hypotheekrente en gedaald consumentenvertrouwen door internationale spanningen. Ook de samenstelling van verkochte woningen speelt mee: als in een periode minder grote en dure huizen worden verkocht, drukt dat het gemiddelde. Daarnaast zorgt de instroom van voormalige huurwoningen voor meer aanbod en minder concurrentie bij biedingen.
Regionaal wisselen de resultaten. Enkele voorbeelden uit Zuid-Holland (aantal verkochte woningen, gemiddelde prijs, kwartaalverandering):
- Agglomeratie Leiden en Bollenstreek: 750 woningen, €541.197, -1,3%
- Agglomeratie ’s-Gravenhage: 1.817 woningen, €489.407, -0,1%
- Delft en Westland: 462 woningen, €528.259, +0,5%
- Oost-Zuid-Holland: 706 woningen, €498.989, -1,4%
- Groot-Rijnmond: 2.472 woningen, €442.375, -1,3%
Ondanks de afkoeling wordt nog steeds veel boven de vraagprijs betaald: ongeveer twee derde van de woningen gaat boven de vraagprijs weg, gemiddeld 3,7% daarboven. Woningen blijven gemiddeld langer te koop (32 dagen), vooral bij slechtere energielabels, hogere prijsklassen of minder populaire locaties.
Bij nieuwbouw is er sprake van ‘krimpflatie’: kopers krijgen minder woonoppervlak voor hetzelfde geld, waardoor de gemiddelde koopsom (rond €488.000) redelijk stabiel blijft, maar de prijs per m² stijgt. Kopers tonen minder interesse in nieuwbouw vanwege lange wachttijden, extra kosten en het gevoel dat de prijs-kwaliteitverhouding tegenvalt.
Kort: de markt koelt duidelijk af ten opzichte van het einde van 2025, gedreven door seizoenseffecten, rente- en vertrouwenfactoren en veranderende samenstelling van het aanbod, maar staat niet op losse schroeven omdat jaar-op-jaar prijzen nog iets hoger liggen.