Vier jaar cel na dodelijk ongeluk, is die straf wel uit te leggen?

zondag, 11 januari 2026 (11:32) - Omroep West

In dit artikel:

In Leiden is de 18-jarige Hams A. deze week veroordeeld voor het doodrijden van de 17-jarige Pim van Aalderen op de Lammenschansweg. Het ongeluk vond in september plaats; volgens de rechtbank reed Hams met circa 90 km/u over de busbaan en negeerde hij een roodlicht. Twee weken eerder was hij bovendien betrokken bij een verkeersruzie waarin hij iemand mishandelde.

De rechter kwalificeerde zijn handelen als roekeloosheid, de zwaarste vorm van schuld bij verkeersincidenten, en legde een gevangenisstraf op van vier jaar waarvan één jaar voorwaardelijk — in de praktijk drie jaar effectief. Daarnaast kreeg Hams een rijontzegging van vijf jaar opgelegd en verplichtingen tot aanmelden bij de reclassering en het volgen van behandeling. Wettelijk staat voor dit soort strafbare feiten maximaal zes jaar gevangenisstraf.

De uitspraak leidde tot kritiek vanuit het publiek; veel mensen vonden de straf te laag en riepen om zwaardere straffen. Jeroen ten Voorde, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Leiden, nuanceert die reactie: hij noemt vier jaar voor een jeugdige verdachte juist een aanzienlijke straf en wijst erop dat rechters meer omstandigheden wegen dan alleen de ernst van het gevolg. Leeftijd, verwachting van berouw, de impact op de rest van iemands leven en het voorkomen dat het opnieuw gebeurt, spelen mee in de strafmaat. Omdat Hams al eerder in het verkeer aanwezig was bij een gewelddadige uiting, koos de rechtbank voor een deels onvoorwaardelijke straf met verplicht herstel- en begeleidingsmaatregelen.

Ten Voorde benadrukt dat het juridisch systeem sinds enkele jaren sneller tot de kwalificatie ‘roekeloosheid’ komt, waar dat eerst vooral voor raceachtige situaties werd gebruikt. Die lagere drempel maakt het mogelijk om zwaardere straffen op te leggen bij ernstig verkeersgedrag. Hij begrijpt de publieke verontwaardiging, maar vraagt ook om zelfreflectie van weggebruikers: benadrukt wordt dat individuele gedragingen in het verkeer consequenties kunnen hebben die de gemeenschap diep raken.

Het artikel bevat ook een toelichting op hoe rechters strafmaten bepalen bij dodelijke verkeersongevallen.