Voortzetting huidige coalitie in Leiden 'meest kansrijk', moet wel op zoek naar meerderheden
In dit artikel:
In Leiden adviseren de verkenners dat de zittende coalitie van GroenLinks-PvdA, D66 en het CDA, ondanks een krappe raadsmeerderheid, de meeste kans heeft om door te gaan. De drie partijen — die ook in de vorige collegeperiode samenwerkten — krijgen de komende weken de ruimte om te onderhandelen over een nieuw bestuursakkoord. Wel waarschuwen de verkenners dat een kleine coalitie partijen dwingt meer ruimte te laten aan de oppositie en vaker te werken met wisselende meerderheden.
De verkenners noemen als belangrijkste inhoudelijke blokkades de positie van Partij Sleutelstad: die partij, een van de grote winnaars bij de verkiezingen, komt bij de eerste verkenning buiten de boot vanwege wezenlijke verschillen over parkeerbeleid, opvang van vluchtelingen en participatie van bewoners. Partij Sleutelstad zegt bereid te zijn deel te nemen en wijst op haar representativiteit van het stadsgevoel, maar andere fracties noemen het vertrouwen verminderd door toon en campagnegedrag en willen eerst zien of samenwerking in de toekomst mogelijk is.
De samenstelling leidt tot een nipte meerderheid: de beoogde coalitie zou 20 zetels hebben tegenover 19 voor oppositie en overige partijen. Opties om ook VVD of Partij voor de Dieren erbij te betrekken zijn onderzocht, maar volgens de verkenners zouden die combinaties het evenwicht te veel kunnen verstoren en doen geen recht aan de verkiezingsuitslag. Daarom adviseren zij juist inbreng vanuit de oppositie te blijven zoeken en coalities op maat of wisselende meerderheden in te zetten.
De verkenners signaleren verder dat de onderlinge verhoudingen in de raad over het algemeen goed zijn en dat er sprake is van vertrouwen en een constructieve houding. GroenLinks-PvdA-fractievoorzitter Emma van Bree noemt het advies een stevige basis voor bestuur en wil op donderdag 16 april een duidingsdebat over het verkenningsrapport houden, gevolgd door een voorstel voor een formateur op 17 april.
Kortom: voortzetting van het huidige college is de voorkeur, maar de krappe marge en politieke verschillen maken samenwerking met oppositie en meer pragmatische, wisselende meerderheden noodzakelijk om stabiel bestuur mogelijk te maken.