Waarom gaan mensen niet stemmen voor de gemeenteraad? 'Het interesseert me niet'
In dit artikel:
Over twee weken zijn de gemeenteraadsverkiezingen, maar traditioneel blijft de opkomst bij lokale verkiezingen veel lager dan bij landelijke stembussen. In Den Haag was de opkomst bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen met 43 procent de laagste in de regio; in stadsdeel Escamp lag die zelfs rond 30 procent. Bij winkelcentrum Leyweg spreken kiezers en niet-stemmers over uiteenlopende redenen: stemkeuze hangt bij sommigen af van hun ‘mood’, anderen voelen zich teleurgesteld in de politiek of weten niet op wie ze lokaal zouden moeten stemmen ondanks dat ze bij landelijke verkiezingen wél hun stem uitbrengen.
Een inwoner in een rolstoel geeft aan kritisch te staan tegenover politici omdat beloften volgens hem niet zijn waargemaakt. Een andere respondent, 61 jaar, vindt dat jongeren scherper zijn en ziet gemeentepolitiek meer als iets voor de jongere generatie. Bewoners in andere plaatsen, zoals Nieuwkoop, missen interesse of overzicht: één vrouw zegt dat ze wel bij landelijke verkiezingen stemt, maar bij lokale partijen niet goed kan inschatten welke bij haar past en stelt voor dat partijen korte, heldere filmpjes zouden maken om hun standpunten uit te leggen.
Onderzoeksbureau Ipsos I&O onderzocht de verwachte opkomst in opdracht van de gemeente Den Haag. Zes op de tien Hagenaars zeggen ‘zeker’ te gaan stemmen, maar dat cijfer wordt vermoedelijk te optimistisch ingeschat: in februari 2022 zei 68 procent zeker te gaan stemmen terwijl de uiteindelijke opkomst 43 procent was. Omdat het huidige aandeel ‘zekere’ stemmers lager ligt dan in 2022, is eenzelfde of zelfs lagere opkomst ditmaal goed mogelijk. Niet-stemmers behoren volgens het bureau vooral tot jongeren tot 24 jaar, lageropgeleiden en mensen met een migratieachtergrond. Conclusie: gebrek aan interesse, onduidelijkheid over lokale keuzen en politieke teleurstelling dragen bij aan de relatief lage gemeentelijke opkomst.
Vandaag Inside: Vandaag Inside met Gordon eindigt bloedordinair: ‘Hoe kan hij nou nog een rimpel hebben?!’