Wiebe en Milou gered door orgaandonor: 'Moest wachten tot jong iemand zou overlijden'
In dit artikel:
Wiebe is vijf jaar oud wanneer hij door medicijnen tegen epilepsie acuut leverfalen krijgt. Artsen geven hem nog ongeveer 48 uur, maar dankzij de leverdonatie van een overleden kind uit het buitenland kan hij worden getransplanteerd. De operatie slaagt, al blijft Wiebe jarenlang kampen met vermoeidheid en een beperkte energie. Op zijn twaalfde blijkt dat de zeldzame stofwisselingsziekte van Alpers de oorzaak is van zijn leverfalen. Inmiddels is hij 25, zet hij zich bijna fulltime in voor zijn studievereniging en ziet hij zijn vermogen om mensen en ideeën te verbinden als een belangrijke kracht.
Ook de 23-jarige Milou heeft een donororgaan nodig. Zij krijgt in 2020 tijdens een hockeytraining ernstige kniepijn. Na operaties waarbij haar beschadigde meniscus wordt verwijderd, volgt een lange periode met pijn, een rolstoel en intensieve revalidatie. Een arts stelt een meniscustransplantatie voor. Na een halfjaar wachten wordt een geschikte donor gevonden: de meniscus moet afkomstig zijn van iemand die op jonge leeftijd is overleden. De operatie en het herstel kosten Milou een tussenjaar, maar inmiddels studeert ze verpleegkunde en gaat ze weer uit en naar festivals. Hockeyen doet ze niet meer.
In de Week van het Donorgesprek, van 12 tot en met 18 oktober, vragen Wiebe en Milou aandacht voor orgaan- en weefseldonatie. Beiden weten weinig over hun donor en vinden die anonimiteit passend. Ze roepen mensen op hun keuze tijdens hun leven te bespreken en vast te leggen, zodat nabestaanden weten wat zij willen nalaten.
Vandaag Inside: Johan Derksen stoort zich aan Tadić: ‘Kruipt Ajax in de kont en zegt hatelijke dingen!’