Wiebe heeft als kind nog 48 uur te leven: een donorlever redt hem
In dit artikel:
Wiebe is vijf jaar oud wanneer hij door epilepsiemedicatie acuut leverfalen krijgt. Artsen geven hem nog ongeveer 48 uur, maar een dag later komt uit het buitenland het bericht dat de ouders van een overleden kind organen willen doneren. De levertransplantatie slaagt. Wiebe hoort later dat hij met zijn nieuwe lever mogelijk honderd jaar oud kan worden, maar blijft jarenlang kampen met weinig energie. Op zijn twaalfde blijkt dat de zeldzame stofwisselingsziekte van Alpers de oorzaak is van zijn leverfalen en vermoeidheid. Met steun van zijn ouders bouwt hij toch een zelfstandig leven op en zet hij zich inmiddels bijna fulltime in voor zijn studievereniging.
Ook Milou krijgt te maken met donatie, maar dan van weefsel. In 2020, op haar zeventiende, loopt ze tijdens het hockeyen een knieblessure op. Na meerdere operaties wordt haar meniscus verwijderd. Ze revalideert langdurig, zit een halfjaar in een rolstoel en houdt veel pijn. Een arts stelt een meniscustransplantatie voor. Na een wachttijd van zes maanden wordt een geschikte donor gevonden: iemand die jong is overleden en qua meniscus goed bij haar past. De operatie wordt gevolgd door een zware revalidatie, waardoor Milou een tussenjaar neemt en haar sociale leven grotendeels stilvalt. Inmiddels studeert ze verpleegkunde, gaat ze weer met vrienden op pad en kiest ze ervoor niet meer te hockeyen.
Van 12 tot en met 18 oktober is de Week van het Donorgesprek. Wiebe en Milou benadrukken dat mensen tijdens hun leven moeten vastleggen wat zij na hun overlijden willen doneren, zodat nabestaanden daar niet over hoeven te beslissen. Beiden weten weinig over hun donor en vinden die anonimiteit passend vanwege de emotionele gevolgen voor zowel ontvangers als nabestaanden.
Vandaag Inside: Johan Derksen over kritiek van Harm Edens: ‘Heeft die flapdrol ons programma wel eens gezien?’