Winkeliers in De Hoven Passage zijn overlast zat: nieuw winkelverbod moet rust terugbrengen
In dit artikel:
In winkelcentrum De Hoven Passage in Delft wordt vanaf nu gewerkt met een collectief winkelverbod: als iemand betrapt wordt op diefstal of herhaaldelijke overlast in één winkel, mag die persoon een jaar lang niet meer in de andere winkels van het centrum komen. Het overdekte centrum is het vijftiende in Nederland dat deze gezamenlijke maatregel invoert.
Beveiligers volgen ruim zeventig camera’s vanuit een controlekamer om incidenten in kaart te brengen; winkeliers en bezoekers noemen overlast, agressie, rondracende fatbikes en georganiseerde bendes die gezamenlijk winkels leegshoppen als dagelijkse problemen. Voor ondernemers is de maatregel een antwoord op oplopende frustratie en verliezen: winkeldiefstal en vandalisme kosten de branche in Nederland naar schatting zo’n 2,3 miljard euro per jaar, wat volgens berekeningen neerkomt op ongeveer één onbetaalde werkdag per week per winkel.
Winkeliers geven concrete voorbeelden van gestolen artikelen, van potjes honing tot dure parfums, en ervaren dat personeel steeds vaker ook taakjes van toezichthouders krijgt. De beveiliging ziet een grijs gebied: kleinschalige diefstal van lage waarde leidt soms tot een gesprek, terwijl het meenemen van dure spullen als duidelijke reden voor strengere maatregelen wordt gezien. Niet iedereen steunt de aanpak; sommige bezoekers vinden een centrumbreed verbod hard, vooral als mensen uit armoede kleine spullen stelen.
De maatregel gaat gepaard met intensievere camerabewaking en strengere toegangscontroles. Het centrum hoopt dat het collectieve verbod de overlast substantieel terugdringt, maar er is ook aandacht voor proportionaliteit en de vraag hoe om te gaan met diefstal die voortkomt uit sociale problemen.