Wist jij dat Oude Kerk in Delft in 1921 maar net aan ramp is ontsnapt?
In dit artikel:
Op 23 september 1921 brak in de Oude Kerk in Delft een bijna-catastrofale brand uit nadat dakdekkers tijdens de lunch een brandertje hadden laten branden. Het vuur greep snel om zich heen op de houten kapconstructie van de zuidkant van het dak. De lokale, vrijwillige brandweer van Delft kon met eigen pompen onvoldoende tegenstand bieden; burgemeester Van Baren riep daarom de hulp van de brandweer uit Den Haag in, die een halfuur later arriveerde en het blussen overnam.
Dankzij hun inzet konden de overige delen van de kerk nat gehouden worden, waardoor ruiten niet barstten en vlammen niet naar binnen sloegen — iets wat volgens bouwhistoricus Gertjan van der Harst waarschijnlijk de volledige verwoesting van de kappen en mogelijk de hele kerk had betekend. Desondanks brandde het grootste deel van de kap weg; zware spanten bleven deels intact. Rondvliegend brandhout beschadigde kerkbanken en de gotische kansel uit 1548, zodat grootschalig herstel nodig was.
Het nieuws trok ook hoog bezoek: prins Hendrik kwam naar Delft, mogelijk mede omdat aanvankelijk gedacht werd dat de Nieuwe Kerk met koninklijke grafkelders bedreigd was. De brand vormde het startschot voor een al langer noodzakelijke, maar kostbare restauratie. Verzekeringsafhandeling, geldgebrek, de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog vertraagden de werkzaamheden; echte restauratie begon in de jaren vijftig en werd in 1961 afgerond.
Tegenwoordig is van de brand voor leken weinig te zien, waardoor het incident nauwelijks deel uitmaakt van het collectieve geheugen van Delftenaren, iets wat Van der Harst opvallend vindt.