Woonwagendossier blijft worsteling: miljoenen zijn nodig en standplaatsen vinden is erg lastig
In dit artikel:
Het woonwagendossier in Den Haag blijft een lastig politiek en praktisch vraagstuk. De rechtbank oordeelde in 2024 dat de gemeente jarenlang discrimineerde door onvoldoende standplaatsen te realiseren; als gevolg daarvan moet Den Haag ervoor zorgen dat de wachttijd voor een woonwagenstandplaats uiterlijk in 2029 gelijk is aan die voor een grondgebonden sociale huurwoning. De problematiek leidde eerder tot het opstappen van toenmalig PvdA-wethouder Martijn Balster in maart 2025, nadat hij het vertrouwen van bewoners en de raad verloor.
Het dossier ligt nu bij D66-wethouder Klaas Verschuure. Gemeentelijk onderzoek laat zien dat er negentig extra standplaatsen nodig zijn om aan het vonnis te voldoen, met een realisatietermijn tot mei 2029. Hiervan zijn ongeveer 53 plekken al in ontwikkeling; voor de resterende 37 wordt nog naar locaties gezocht, ook in samenwerking met omliggende gemeenten. De aanleg is duur: omdat op woonwagenkampen voor relatief weinig huishoudens uitgebreide nutsvoorzieningen en ontsluitingswegen moeten komen, wordt de totale investering voor negentig plekken geschat op tussen de 13 en 34 miljoen euro.
Financiering is nog niet rond: de komende coalitie moet in de begroting ruimte reserveren en de gemeenteraad moet uiteindelijk instemmen. Verschuure benadrukt dat de gemeente nu voor het eerst concreet heeft vastgesteld hoeveel plekken nodig zijn en dat daarmee "een stap naar voren" wordt gezet, maar erkent dat het zowel ruimtelijk als financieel een zware opgave is.
Woonwagenbewoners en belangenorganisaties blijven ontevreden. Stichting Sinti, Roma en Reizigers stelt dat de gemeente uitgaat van te weinig vraag en rekent op basis van de inmiddels langer geworden wachtlijst dat er 167 nieuwe standplaatsen nodig zijn. De gemeente houdt in haar berekening vast aan de omvang van de wachtlijst op het moment van het vonnis in 2024; op langere termijn wil Den Haag mogelijk uitbreiden naar 147 plekken, met name gericht op thuiswonende kinderen die zelfstandig ruimte nodig krijgen.
Kortom: Den Haag heeft een rechtsopdracht en een concreet doel (90 nieuwe standplaatsen), maar loopt tegen locatievondst, hoge kosten en politieke besluitvorming aan. Bewoners vinden het aanbod onvoldoende, waardoor het herstel van vertrouwen tussen gemeente en woonwagencommunity een even urgente als moeilijke opgave blijft.