Zoeterwoude bouwde drie keer zoveel huizen dan de bedoeling was
In dit artikel:
In de regio Zuid-Holland is het beloofde bouwtempo van de afgelopen raadsperiode over het algemeen achtergebleven bij de ambities die in coalitieakkoorden en woonvisies zijn vastgelegd, maar veel gemeenten beoordelen hun eigen prestaties toch als voldoende. Regionale omroepen en de NOS deden onderzoek onder gemeenten in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen: van de 342 gemeenten in Nederland werd antwoord gekregen van 280 (82% respons). In Zuid‑Holland heeft ongeveer driekwart van de gemeenten het afgesproken aantal woningen daadwerkelijk gerealiseerd; binnen de onderzochte regiogemeenten voldeden acht gemeenten volledig aan hun ambitie.
Belangrijke concrete voorbeelden:
- Grote steden zoals Den Haag en Leiden bouwden veel huizen, maar bereikten niet altijd de volledige ambities: Den Haag realiseerde circa 10.000 woningen (ongeveer 62,5% van de ambitie), Leiden bouwde 4.635 woningen (90,7%). Leiden schrijft succes toe aan een ruime projectenportfolio, overprogrammering (meer projecten dan strikt nodig om vertraging op te vangen) en het aantrekken van provinciale en rijksubsidies om financiële tekorten te dichten.
- Delft bleef achter op de doelstellingen (72,4%): de gemeente wijt dat aan het moeten bouwen op lastige binnenstedelijke locaties en vertragingen door procedures bij de Raad van State, met name projecten als Schieoevers die grote invloed hebben op de cijfers.
- Zoetermeer kwam niet op niveau omdat het project De Entree niet op gang kon komen.
- Opvallend positief presteerde het kleine Zoeterwoude: de gemeente bouwde 642 woningen terwijl de ambitie rond 215 lag (ruim 290% van de doelstelling). Dat succes wordt toegeschreven aan nauwe samenwerking met provincie, regio en ontwikkelaars en een publiek‑private samenwerking voor het project Verde Vista.
Algemene patronen en oorzaken
- Kleinere gemeenten blijken vaker boven of op schema te bouwen ten opzichte van hun eigen akkoorden; grotere stedelijke plannen kampen vaker met juridisch, ruimtelijk en financieel weerwerk.
- Gemeenten noemen een reeks belemmeringen voor het vasthouden van bouwtempo: strengere stikstofregels, netcongestie, personeelstekorten bij bouwbedrijven en gemeenten, en financiële druk door hogere rentelasten en bouwkosten. Ook zijn gemeenten afhankelijk van externe partijen (beleggers, corporaties, ontwikkelaars) die reageren op landelijke en internationale marktomstandigheden.
- Veel ambities strekken verder dan één raadsperiode en gemeenten wijzen erop dat er voldoende plannen bestaan om toekomstige doelen te halen, mits ongunstige factoren niet domineren.
Zelfbeeld en conclusies
In de onderzochte regio beoordelen 19 van de 27 gemeenten hun eigen bouwprestaties als ‘goed’ tot ‘voldoende’; slechts vijf noemen hun prestatie ‘onvoldoende’. Gemeenten roepen ook op tot meer landelijke ondersteuning en stabiele regelgeving, en zien extra investeringen in grote gebiedsontwikkelingen als nodig om de woningbouwdoelstellingen op lange termijn te realiseren.
Onderzoeksverantwoording: de cijfers zijn gebaseerd op antwoorden van 280 gemeenten op vragen over de nieuwbouwambities uit coalitieakkoorden van 2022 en de daadwerkelijk gebouwde woningen in de vierjarige periode. Voor enkele gemeenten ontbraken expliciete ambities of waren die alleen af te leiden uit documenten met een ander tijdvak.