Zoontje van vermoorde Paro kreeg kogel door rugzakje en broodtrommel

maandag, 1 juni 2026 (18:32) - Omroep West

In dit artikel:

Op 20 september 2024 schoot de 58‑jarige buurman Seyed A. in het portiek van de Galjoenstraat in Rijswijk zijn benedenbuurvrouw Paro (38) dood. Het Openbaar Ministerie eiste maandag in de Haagse rechtbank de maximale tijdelijke straf van dertig jaar voor moord. Volgens de aanklager vuurde A. acht keer en raakten kogels Paro in hoofd, bovenlichaam en arm; één projectiel ging door de rugzak, capuchon en broodtrommel van haar vierjarige zoontje zonder hem te verwonden — volgens het OM zat een paar centimeters verschil tussen leven en dood. Het kind riep straatwaarts dat zijn moeder was doodgeschoten; andere buren werden bedreigd en één kon zich nog wegduiken.

Direct na de schietpartij vernielde A. met een bijl de deur van een andere buurvrouw, keerde naar zijn appartement terug en richtte door het open raam een vuurwapen op een buurman die het kind weghaalde. Een aangehouden A. rook naar alcohol; een bloedproef werd afgenomen maar het monster raakte kwijt, waardoor niet meer valt vast te stellen hoeveel hij had gedronken. A. zegt zelf dat hij een halve liter bier had gedronken.

Paro had naar eigen zeggen in de periode voorafgaand aan de moord herhaaldelijk tegen buren en vriendinnen verteld dat zij zich door haar bovenbuurman geïntimideerd voelde omdat ze geen relatie met hem wilde. Ze schreef die zorgen ook neer in een uitgebreide brief, waarin ze angst uitte over haar toekomst en de zorg voor haar zoon. De verdediging betwist de echtheid van die brief en beweert dat Paro A. al anderhalf jaar zou hebben lastiggevallen; A. ontkent elke betrokkenheid en profileert zichzelf in de zittingszaal consequent als het echte slachtoffer.

De zaak kent meerdere opvallende elementen: het peuterincident, het ontbreken van het bloedmonster, en de weigering van de verdachte mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek door het Pieter Baan Centrum. De reclassering adviseert behandeling voor zijn geweldsdynamiek en waarschuwt dat zonder behandeling het risico op herhaling groot is. In de rechtbank toonde A. weinig spijt; hij ontkende herhaaldelijk en gaf aan dat Paro zelf de situatie had veroorzaakt.

Het OM kwalificeert het handelen als een berekende moord in een korte, besloten ruimte en eist 30 jaar gevangenisstraf plus na vrijlating toezicht in de vorm van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM). De verdediging pleit voor een veel lagere straf en ziet hooguit sprake van doodslag in een opwelling; zij vraagt acht tot twaalf jaar. De rechtbank doet uitspraak op 15 juni.